Nieuws


Check 2 in het kader van het nalevingstoezicht!

Tijdens de vergadering van de Commissie “Q & S” van 24 oktober 2013 hebben Stef Van Eekert en Lieve Van Segbroeck een toelichting gegeven bij ‘check 2’ van het nalevingstoezicht. Een ‘check 2’ dient zich aan indien bij het eerste bezoek van Zorginspectie knelpunten worden opgemerkt met een ernstig risico voor patiëntveiligheid (de zogenaamde ‘rode knipperlichten’). In 16 van de 49 bezochte campussen werden knipperlichten opgemerkt, waarbij het aantal varieert van 1 tot maximum 4. In geen enkel ziekenhuis is een ‘check 2’ vereist op meer dan 1 campus.

Het vormde de uitdrukkelijke bedoeling vanuit Zorginspectie om de concrete aanpak van ‘check 2’ toe te lichten aan de sector alvorens daadwerkelijk met deze inspecties van start te gaan. Zoals reeds eerder meegedeeld, wordt steeds een tussenperiode van minstens drie maanden (vanaf ontvangst van het definitief verslag van ‘check 1’ tot ‘check 2’) gerespecteerd, wat ziekenhuizen voldoende tijd geeft om verbeterpunten ten gronde aan te pakken. ‘Check 2’ gebeurt net als ‘check 1’ onaangekondigd, waarbij de inspecteur (steeds een arts) zich bij aankomst in het ziekenhuis zal aanmelden aan het onthaal en men aan de hand van een startgesprek de directie op de hoogte zal brengen van de inspectie. Uitzondering op de regel daartoe is indien het knipperlicht is gerelateerd aan een vaststelling rond simultane anesthesie, waarbij de inspecteur zich na aankomst in het ziekenhuis onmiddellijk naar het operatiekwartier zal begeven.

Voor alle duidelijkheid wordt nog even meegegeven dat de ‘check 2’-inspecties niet pas opgestart worden nadat alle ziekenhuizen een ‘check 1’ hebben gekregen, maar vanaf eind oktober binnen Zorginspectie worden ingepland.

De invulling van de tweede check wordt momenteel geëvalueerd door beide Agentschappen (Zorginspectie en Zorg en Gezondheid). Er wordt onderzocht op welke manier men voor de volgende patiëntentrajecten voor de tweede check meer flexibel, maar tevens even transparant kan werken. Men beoogt om naast de problematiek van de concrete ‘rode lichten’ ook ruimer in te gaan op het  thema waar de geconstateerde ‘rode lichten’ betrekking op hebben.