Nieuws


Gents Instituut voor Gezondheidsrecht: studienamiddag ‘Medisch begeleide voortplanting in juridisch en ethisch perspectief’ - 27 februari 2014

Binnen de Universiteit Gent werd in 2013 het Gents Instituut voor Gezondheidsrecht (GIG) opgericht. Dit samenwerkingsverband bundelt de expertise die in diverse vakgroepen binnen de UGent aanwezig is op het vlak van het gezondheidsrecht. De leden van het GIG maken deel uit van de verschillende vakgroepen en dat is logisch want het gezondheidsrecht wordt zelf gekenmerkt door een multidisciplinaire benadering (het heeft vertakkingen naar zeer uiteenlopende rechtsdomeinen en verschillende rechtstakken). Omwille van het interdisciplinaire karakter van het gezondheidsrecht streeft het GIG bij de uitbouw van haar activiteiten naar een maximale uitwisseling van expertise met andere onderzoeksinstanties zoals bijvoorbeeld het BIG (Bioethics Institute Ghent) en de faculteit Geneeskunde en gezondheidswetenschappen van de UGent. In de toekomst wordt samenwerking met het werkveld, alsook interuniversitaire samenwerking beoogd (zie ook: CBMER en AHLEC). Het thema van de studienamiddag wordt ook vanuit die invalshoeken behandeld.

Wereldwijd worden één op zes koppels getroffen door vruchtbaarheidsproblemen. De groep die hun kinderwens niet binnen de twee jaar in vervulling ziet gaan (8 %), is aangewezen op medisch begeleide voortplanting (MBV). Europa is koploper bij MBV en de Scandinavische landen en België hebben de meeste cycli per miljoen inwoners: 3 % van alle baby’s wordt er via MBV verwekt. Er is dus een evidente medische en gezondheidszorgkant aan MBV die wordt geschetst vanuit de praktijk van het UZ Gent en met name van de afdeling reproductieve geneeskunde.

De evolutie van de medische technologie en de eisen van de samenleving vragen heel wat creativiteit om de - nieuwe - vragen op te lossen. Onder meer het recht draagt hiertoe bij. MBV bestaat uit heel wat deelaspecten. Het centrale medische luik van de verschillende bevruchtingstechnieken wordt omringd door verschillende regelgevingen die te respecteren zijn door de zorgverleners werkzaam in de fertiliteitscentra. Met name: hoe worden de MBV-technieken georganiseerd en hoe worden ze gefinancierd? De juridische problemen rond vruchtbaarheidsproblemen leiden ook tot heel wat gerechtelijke procedures waaruit richtsnoeren te trekken zijn. De wettelijke beperkingen die landen stellen bij de toegang tot MBV, vormen de voornaamste reden waarom koppels hiervoor naar het buitenland trekken. In deze zogenaamde GOFZ (Grensoverschrijdende Fertiliteitszorg) of ook CBRC (Cross Border Reproductieve Care) komt ook de kwaliteit en de veiligheid van deze vormen van fertiliteitszorg aan bod.

Het fenomeen draagmoederschap dat ook zeer sterk is gemediatiseerd, wordt tot nu toe noch in België noch op internationaal vlak geregeld. Dit betekent evenmin dat het is verboden, alhoewel sommige van de omstandigheden waarin het proces verloopt aanleiding kunnen geven tot een strafrechtelijke veroordeling. Het Raadgevend Comité voor Bioethiek stelt trouwens in een advies van 5 juli 2004 dat het is geoorloofd. Er liggen reeds een aantal wetsvoorstellen voor in het Belgisch Parlement.

Sinds een aantal jaren voeren enkele landen een wetgeving in waarin de donor (eicel; sperma) niet langer anoniem kan zijn (bijvoorbeeld Nederland; UK). De argumenten hiervoor worden eerder ingegeven door te kijken naar het welzijn van het kind dat via de kennis van de donor zijn identiteit beter zou kunnen vormen, dan door de oorspronkelijk steeds gehuldigde voorrang van de wens van de wensouders rond de inrichting van hun gezin.

Ten slotte wordt de rol van het ethisch comité van het UZ Gent belicht bij knelpunten rond MBV en draagmoederschap; dit via een analyse aan de hand van 10 jaar casuïstiek binnen het UZ Gent.

Het verslagboek, met daarin de bijdragen van alle sprekers, wordt uitgegeven bij Intersentia.