Nieuws


CZV - KUL: studiedag ‘Tijd voor ethiek in de zorg?’ - 3 april 2014

Dat zorgverleners vandaag worden geconfronteerd met grote uitdagingen is genoegzaam bekend. De hedendaagse zorgcontext dwingt verpleegkundigen continu waarden af te wegen, keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Financieel-economische, technologische en veiligheidsimperatieven lijken hierbij vaak te domineren en zorgen voor heel wat onzekerheid en bezorgdheid in de verpleegkundige zorgwereld. De nood aan een zorgethisch perspectief wordt vandaag scherp aangevoeld. Het centraal stellen van dit perspectief in het beleid, het onderwijs en de dagelijkse zorg is echter geen gemakkelijke opgave.

Deze studiedag nam hiervoor een originele, maar zeer pertinente invalshoek: de tijd. Het ganse programma was opgehangen aan de tijd die in de zorg en aan de zorg wordt besteed. Eerst en vooral heeft de tijd de welbekende en belangrijke kwantitatieve dimensie: de kloktijd of chronische tijd van shiften, consultatie- en OK-uren, de tijd waarvoor men wordt gefinancierd. Maar daarnaast is er zeker in hoofde van de patiënt de kwalitatieve tijd, zoals die door de patiënt wordt beleefd en aangevuld. Hoe belangrijk ook de chronische tijd is: hij heeft de neiging om de ervaringstijd te verdringen, in zoverre dat snelheid één van de belangrijkste kentrekken van de zorg is en traagheid uit de zorg wordt gebannen waar die traagheid voorwaarde is voor aandacht en middel tot verbondenheid. Goede zorg – vertrouwvol zijn van de patiënt en betrouwbaar zijn van de zorgverlener – vraagt tijd. Dit filosofisch-ethisch concept dat ook theoretisch werd onderzocht, werd ook geïllustreerd vanuit de indringende persoonlijke ervaringen van twee patiënten (tevens verpleegkundigen) en vanuit de getuigenis van de zorgverlener.

Goede zorg (als houding, als proces, als relatie) die tijd vraagt, komt de noodzakelijke technische vaardigheden verdiepen. Zij komt evenwel niet uit de lucht vallen. Zowel uit een onderzoek over de stand van zaken van het ethiekonderwijs in de Vlaamse hogescholen voor verpleegkunde, als uit de persoonlijke ervaring van een terug instromende studente verpleegkunde blijkt dat hieraan nog veel meer tijd dient te worden besteed. Want: “Meer tijd investeren in het vak ethiek leidt tot meer ervaren bijdrage van het vak tot de ontwikkeling van bepaalde ethische competenties.”. Hoe men op organisatieniveau van een door ‘evidence based’ gestructureerd hygiënisch gebeuren (en momenten van opstaan en slapen gaan) in een WZC kan evolueren naar een ‘ethical based’ werd treffend voorgesteld door de directrice. Zij toonde  hoe (niet zonder weerstanden van alle betrokkenen) zorgstructuren creatief en innovatief kunnen afgestemd worden op de bewoners waar mogelijk in plaats van omgekeerd. Door een andere aanwending van de tijd is een andere en diepere relatie mogelijk met bewoners en familie. Het is trouwens een misvatting te denken dat de ‘manager’ tegenover de ‘ethiek’ staat. Managen is immers prioriteiten scheppen: tijd maken voor wat er werkelijk toe doet. En binnen de zorg wil dit onder meer zeggen: een zekere traagheid organiseren. Hierbij zijn de bedrijfsfuncties - hoe noodzakelijk ze ook zijn geworden in het hedendaags zorgbedrijf - niet de voldoende voorwaarden.

Deze studiedag die aandacht besteedde aan de tijd, bleef zelf mooi binnen de uitgemeten tijd. Dat ethiek de tijd praktisch in het oog kan houden, is op zich al een belangrijk teken voor wie zou menen dat ethiek in de zorg de kostbare tijd uit het oog verliest.