Nieuws


Nieuw beschermingsstatuut meerderjarige wilsonbekwame personen: belang voor de zorgsector

Op 1 september 2014 (er was 1 juni voorzien) zal de ‘wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid’, in principe in werking treden. Deze wet (verder ook ‘nieuwe wet’) heeft algemeen maatschappelijke consequenties voor iedereen wiens gezondheidstoestand het tijdelijk of langer onmogelijk maakt om zijn persoonlijke en/of vermogensbelangen waar te nemen. De nieuwe regeling geldt uniform voor alle meerderjarig wilsonbekwame personen en voor elk van hen voorziet men in een evenwichtige bescherming die het juiste midden zoekt tussen autonomie en vrijheid enerzijds en bescherming anderzijds. Deze regeling heeft echter ook bijzondere gevolgen voor de zorgsector: de ouderenzorg en de geestelijke gezondheidszorg, maar ook voor de ziekenhuissector.

Recent verscheen hierover een interessant juridisch artikel: Herman NYS en Laura BODDEZ, 'De meerderjarige beschermde personen bekeken vanuit gezondheidsrechtelijke invalshoek', Rechtskundig Weekblad (R.W.) 2013-14, nr. 28, 15 maart 2014, 1083-1094. Het bespreekt de verschillende wijzigingen die deze wet doorvoert en die te situeren zijn binnen het gezondheidsrecht: welke zijn deze wijzigingen; wat zijn eventuele knelpunten; welke concrete voorstellen tot reparatie dringen zich op?

Voor een limitatieve lijst (‘checklist’) van persoonsrechtelijke handelingen moet de vrederechter in zijn beschikking uitdrukkelijk aangeven (‘maatwerk’) of hij de beschermde  persoon (on)bekwaam acht tot het zelf en zelfstandig stellen van die handelingen (onder andere de rechten van de patiënt, toestemming tot experiment op de menselijke persoon, toestemming tot het wegnemen van organen, recht op weigering tot autopsie op zijn kind van minder dan achttien maanden).

Wanneer de vrederechter negatief oordeelt over de bekwaamheid van de beschermde persoon om bepaalde persoonsrechtelijke handelingen te stellen, wordt de handelingsonbekwaamheid opgevangen, hetzij via een bewindvoerder die de beschermde persoon bijstaat, hetzij via een bewindvoerder die de beschermde persoon vertegenwoordigt. Voor sommige handelingen blijft niettemin een bijzondere voorafgaande machtiging vanwege  de vrederechter aan de bewindvoerder (bijstand; vertegenwoordiging) vereist. Dit is met name het geval voor de uitoefening van de patiëntenrechten (tenzij in geval van dringende noodzakelijkheid of tenzij de bewindvoerder de machtiging heeft verkregen voor de uitoefening van alle rechten in verband met een bepaalde medische behandeling). Bovendien zijn bepaalde handelingen uitdrukkelijk uitgesloten van bijstand of vertegenwoordiging: de beschermde, wilsonbekwame persoon kan deze handelingen juridisch dus op geen enkele manier stellen. Op deze (limitatieve) lijst staan ook acht gezondheidsrechtelijke relevante handelingen, onder andere toestemming tot sterilisatie en verzoek tot euthanasie (maar bijvoorbeeld niet-toestemming tot wegnemen van organen). 

In de nieuwe wet verschijnt ook de figuur van de vertrouwenspersoon die ook reeds te vinden is in de Patiëntenrechtenwet, de Euthanasiewet en de wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke. In tegenstelling tot de vertrouwenspersoon uit deze wetgevingen neemt de taak van de vertrouwenspersoon uit de nieuwe wet pas een aanvang op het moment dat de persoon die door de vrederechter handelingsonbekwaam is verklaard en onder het beschermingsstatuut van het bewind valt. Een nuttige aanbeveling is dan ook om te verduidelijken dat de vertrouwenspersoon die werd aangeduid in het kader van de ene wet niet noodzakelijk ook kan tussenkomen als vertrouwenspersoon in het kader van een andere wet. Overigens kan wie een band heeft met een betrokken zorgvoorziening, nooit bewindvoerder zijn, maar eventueel wel vertrouwenspersoon.  

De nieuwe wetgeving verandert tenslotte op heel wat vlakken ingrijpend de vertegenwoordigingsregeling uit de Patiëntenrechtenwet en ontneemt aan de wilsonbekwame meerderjarige patiënten een soepel vertegenwoordigingsregime. De vertegenwoordigingsregeling voor de patiënt die feitelijk onbekwaam is om zijn rechten als patiënt uit te oefenen, maar hiertoe juridisch niet onbekwaam is verklaard, valt volledig weg. Waardoor wij terug verzeilen in de rechtsonzekere situatie van vóór de Patiëntenrechtenwet: naaste verwanten of beroepsbeoefenaar in plaats van de door de patiënt benoemde vertegenwoordiger.

Op 5 mei 2014 werd aan deze nieuwe wet een goede studiedag gewijd, georganiseerd door Zorgnet Vlaanderen. In  het najaar verschijnt hierover een uitgebreid cahier.