Nieuws


Voorstelling van het Handboek Gezondheidsrecht, geëdit door prof. dr. Thierry Vansweevelt en Filip Dewallens

Op 24 september 2014 werd in het Paleis der Academiën door AHLEC (Leerstoel gezondheidsrecht en gezondheidsethiek van de Faculteit rechten van de UAntwerpen) het Handboek Gezondheidsrecht, geëdit door prof. dr. Thierry Vansweevelt (UAntwerpen) en Filip Dewallens, voorgesteld. 

Het gezondheidsrecht is de laatste jaren uitgegroeid tot een bloeiende rechtstak met veel horizontale uitlopers naar andere rechtsdomeinen. Om een voorbeeld te geven: de laatste 15 jaar is er elk jaar ten minste 1 belangrijke wet van gezondheidsrecht verschenen; in 2002 waren dat met name de wet patiëntenrechten, de euthanasiewet en de wet palliatieve zorg. Wij spreken dan nog niet van de wijzigingen aan deze en aan bestaande wetten en van de uitvoeringsbesluiten. Niemand kan al die thema’s even grondig beheersen. Per onderwerp werd daarom een specialist aangezocht waarbij een kruisbestuiving tussen de verschillende universiteiten, de balie en de ziekenhuiswereld werd nagestreefd. 

De specifieke invalshoek van dit Handboek Gezondheidsrecht is dat de positie van de zorgverlener, niet alleen klassiek ten aanzien van de patiënt, maar ook ten aanzien van allerlei andere zorgverleners (andere beroepsbeoefenaars en gezondheidszorginstellingen) én de overheid aan bod komt en dit op een zéér grondige wijze. 

Het Handboek Gezondheidsrecht bestaat uit twee aparte verkrijgbare delen:

Volume I: Zorgverleners: statuut en aansprakelijkheid: in Volume I draait alles rond het zorgaanbod en het statuut van de zorgverleners. Hier worden teksten verzameld over de organisatie van de gezondheidszorg, met inbegrip van de rechtsbeginselen van het gezondheidsrecht en de ziekteverzekering. Niet alleen wordt de klassieke arts-patiëntrelatie besproken, maar ook minder belichte statuten van artsen in de niet-curatieve sector zoals de arbeidsarts, de controlearts, de ziekenfondsarts en de verzekeringsarts. Verder wordt uitvoerig ingegaan op het juridisch statuut van de arts in ziekenhuisverband, de professionele samenwerkingsverbanden, maar ook op het statuut van voorzieningen in de ouderenzorg, de palliatieve zorg, de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdgezondheidszorg. Daarnaast wordt voor de eerste maal in een handboek specifieke en grondige aandacht besteed aan het statuut van andere beroepsbeoefenaars zoals de tandarts, de apotheker, de kinesitherapeut, de vroedvrouw, de verpleegkundige, de paramedische beroepen, beoefenaars van niet-conventionele behandelwijzen, naast de zopas wettelijk geregelde beroepen van de klinisch psychologen, de klinisch orthopedagogen en psychotherapeuten.

Naast de rechten van de beroepsbeoefenaars (diagnostische en therapeutische vrijheid, recht op reclame en mededinging, op honorarium en op medewerking van de patiënt) worden vanzelfsprekend ook hun plichten uiteengezet. 

Procedures voor de Orde van Geneesheren, het RIZIV, de provinciale geneeskundige commissies passeren de revue. Last but not least bevat dit eerste volume het meest volledige actuele overzicht, méér dan 400 pagina’s, van de aansprakelijkheid van elk van de hierboven opgesomde zorgverleners.

Het eerste volume wordt afgesloten met de producten in de gezondheidszorg: geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, bloed en bloedderivaten en gentechnologie.

Volume II: Rechten van patiënten: van embryo tot lijk: in Volume II van dit handboek worden de rechten van patiënten tijdens de levensloop van de persoon gevolgd: van embryo tot lijk. In het deel over het begin van het leven staat het recht op voortplanting, de medische begeleide voortplanting, het draagmoederschap, het statuut van en het onderzoek om embryo’s en de zwangerschapsafbreking centraal. De patiëntenrechten zelf spelen een steeds belangrijkere rol in de rechtspraak en worden dus uitvoerig uiteengezet: recht op gezondheidszorg, op vrije keuze van beroepsbeoefenaar, op geïnformeerde toestemming, op inzage en afschrift van het patiëntendossier, op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en zeer uitvoerig het beroepsgeheim, het klachtrecht en de ombudsfunctie en zelfs de medische expertise!

Ook de rechten van de minderjarige patiënten, de meerderjarige onbekwamen en de rechten bij dwangopname van geesteszieke patiënten passeren de revue.

Het menselijk lichaam staat van langsom meer in het middelpunt van de belangstelling van de wetgever; aldus worden ook de Wet Medische Experimenten, de Wet Transseksualiteit, de Wet Orgaantransplantatie en de Wet Menselijk Lichaamsmateriaal bestudeerd.
Tot slot concentreert het boek zich op de rechten bij het levenseinde: medische beslissingen bij het levenseinde (levensbeëindiging zonder verzoek, euthanasie, hulp bij zelfdoding, pijnbestrijding, palliatieve zorg, staken of niet instellen van een behandeling), de voorafgaande wilsverklaringen, de vaststelling en de publiciteit van het overlijden en het statuut van het lijk (grafschennis, persoonlijkheidsrechten, lijkbezorging, autopsie).

De presentatie werd gekoppeld aan een kort debat waarin onder meer werd ingegaan op de wisselwerking tussen gezondheidsethiek en geneeskundepraktijk en op de impact van gezondheidsrecht op de geneeskundepraktijk. Beide sprekers (professor Ingrid Sterckx UGent en professor Patrick Cras UAntwerpen) benadrukten het toenemend belang van het recht en de ethiek in de gezondheidszorg, maar eveneens dat het morele/ethische in de zorg niet volledig tot het juridische mag én kan gereduceerd worden.

In tijden dat ook in de academie geldt ‘meten is weten’ en ‘publish or perish’  is het prettig-bemoedigend vast te stellen dat academici en uitgeverij (INTERSENTIA) ook nog durven investeren in encyclopedische standaardwerken van enige omvang (samen 3.320 bladzijden of 4,850 kg).