Nieuws


nieuws-foto

Best practice 'Anderhalvelijnszorg in de oncologie’

In de Commissie “Q & S” van 16 oktober 2014 heeft dr. P.C. van der Velden, internist-oncoloog en bestuurder van Het van Weel-Bethesda Ziekenhuis Nederland, het project Brielle voorgesteld. Binnen dit project wil men anderhalvelijnszorg aanbieden aan patiënten met kanker, wat concreet wil zeggen dat de zorg daar niet door de huisarts en de specialist apart, maar gezamenlijk wordt geleverd. Daartoe wordt iedere patiënt uitgebreid met zijn of haar huisarts besproken en vindt er een nauwkeurige afstemming plaats over de vraag wie wat doet. Dit komt niet uitsluitend de overdracht en de rolverdeling, maar ook de inhoud van de zorg ten goede.

Er zijn een aantal factoren te noemen die de aanleiding vormden voor dit project zoals (1) het toenemend aantal kankergevallen, (2) het promoten van anderhalvelijnszorg vanuit de overheid, maar ook het rapport van het Koningin Wilhemina Fonds (KWF), getiteld ‘Nazorg bij kanker: de rol van de eerste lijn’. Daarin wordt onder meer aangegeven dat indien de huisartsen de regie voor de nazorg op zich zouden nemen, oncologiespecialisten deze tijd vrij zouden krijgen om zich te concentreren op hun primaire taak, zijnde de nadere diagnostiek en specialistische behandeling van de steeds grotere groep kankerpatiënten.

Binnen het project werd een oncologisch samenwerkingsverband aangegaan met een groep van twintig huisartsen die maandelijks worden uitgenodigd om te participeren aan een transmurale oncologiebespreking. Tijdens zo’n overlegmoment wordt eerst het woord gegeven aan de huisarts en kan de specialist zo nodig bijkomende informatie aanreiken. Van iedere bespreking wordt een verslag gemaakt waarin zowel de intervisie, de leermomenten als de gemaakte afspraken worden vermeld.

Verder werd een follow-up programma uitgetekend voor curatief behandelde patiënten met een mammacarcinoom of een colorectale tumor, gebaseerd op de landelijke richtlijnen (oncoline). Een kopie van dit nacontroleschema wordt eveneens overhandigd aan de patiënt waardoor zij/hij zelf ook regisseur wordt van haar/zijn eigen zorgproces.  Tot op heden werden 180 patiënten geïncludeerd.

Niettegenstaande er nu geen harde resultaten zijn omtrent de meerwaarde van dit project (worden verwacht over een tweetal jaar), zijn alle betrokken professionals en patiënten enthousiast over het concept en het ingevoerde proces. Ook de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) en de Landelijke HuisartsenVereniging (LHV) hebben dit project uitgeroepen als best practice.

Deze best practice sluit mooi aan bij wat is opgenomen in de regeerakkoorden omtrent de noodzaak en de meerwaarde van het uitbouwen van transmurale zorg. Het hoeft geen twijfel dat er heel wat te winnen valt bij een dergelijke aanpak en dit zowel vanuit het perspectief van de professionals als vanuit het perspectief van de patiënt.

Nieuwsgierig om meer te lezen? Zowel het verslag als de presentatie werden op onze website geplaatst op de ‘best practices’-pagina.