Nieuws


Wetenschappelijk onderzoek in het kader van de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg: de resultaten van 2014

Op 4 februari 2015 werd naar jaarlijkse gewoonte een tussentijds rapport voorgesteld van de wetenschappelijke equipes die ‘artikel 107’ (‘naar een betere GGZ’) begeleiden. Ziekenhuizen kunnen een deel van hun budget flexibel inzetten om, binnen een door hen overeengekomen werkingsgebied (19 projecten), via intensief samenwerkende netwerken tussen de voorzieningen en andere zorgactoren, zorgcircuits te realiseren om de (5) zorgfuncties projectmatig in te vullen. Hierdoor moet er een volledig GGZ-aanbod zijn voor een specifieke leeftijdsdoelgroep van personen (jongvolwassenen (vanaf 16 jaar) en volwassenen) met psychische problemen zodat zorg, ondersteuning en begeleiding optimaal beantwoorden aan de concrete behoeften van personen met psychische problemen.

Grosso modo focust de VUB-equipe macro op de geografische aspecten; UCL-equipe focust meso op de samenwerkingsstructuren en -netwerken; KUL-equipe (Lucas) focust micro op patiënt, familie en sociale inclusie. Na drie jaar werking artikel 107 kunnen een aantal indicaties (geen causaliteiten) en randvoorwaarden voor een kader aangegeven worden. De vertegenwoordiger van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block liet verstaan dat deze evaluatie heel wat elementen aanbrengt die met andere elementen zullen samengelegd worden om in 2015 te kunnen beginnen werken aan een verdere, bredere, diepere structurering die ertoe moet leiden dat de projectfase kan verlaten worden.

Belangwekkend zijn onder andere de kwesties die zich stellen op het vlak van de governance - meer bepaald de hindernissen die zich daar bevinden - en dit zowel op het ruime (politieke) kader als op het niveau van de netwerken. Dit heeft te maken met ‘politieke governance’: zie de staatshervorming; zie de ‘fricties’ in structuren, regelgeving, middelen, incentives. Maar ook met ‘governance van het netwerk’: machtsverhoudingen, middelen, visie. Dit is op zich en ook generiek van belang omdat hier ongetwijfeld vergelijkingen te maken zijn met de netwerken die zich tussen de algemene ziekenhuizen ontspinnen: juiste balans tussen operationeel organisatorisch niveau van het netwerk en het strategische; welk is de gedragen, geïntegreerde visie van het nétwerk op zorg en patiënt? Met andere woorden het spanningsveld tussen netwerk-denken en organisatie-denken.

Elk van de verschillende focussen (macro; meso; micro) doet ook een serie aanbevelingen.

U vindt het volledige rapport en de PowerPointpresentaties  op de website: http://www.psy107.be/site/site.asp?id=62&lv=2.